Basisschoolkinderen fitter en gezonder door Keigaaf

Kinderen die op jonge leeftijd gaan bewegen, hebben op latere leeftijd minder kans op welvaartsziektes.

Dave van Kann

Keigaaf, Salto, Maastricht University, Fontys Sporthogeschool

Het eerste bewijs is geleverd. Al met beperkte middelen kunnen basisscholen het beweeggedrag en de gezondheid van hun leerlingen gunstig beïnvloeden. Met een breed pakket van maatregelen is de winst zelfs nog groter. Na drie jaar onderzoek blijkt de KEIGAAF-aanpak van Fontys Sporthogeschool in Eindhoven een doorslaand succes.

KEIGAAF is een vernieuwende aanpak om een omgeving op en rond een basisschool te creëren, waarin bewegen en gezond eetgedrag worden gestimuleerd. Bijzonder is dat maatregelen en activiteiten niet door derden, maar door een KEIGAAF-werkgroep op de eigen school worden bedacht. Fontys Sporthogeschool en Maastricht University voerden het project van eind 2016 tot zomer 2019 uit. Zij begeleidden de werkgroepen, in samenwerking met onder andere SALTO Scholenstichting en diverse regionale en lokale instanties.

Trend doorbreken

Acht Eindhovense basisscholen voerden de aanpak uit. De scholen liggen in aandachtswijken, waar kinderen een verhoogd risico op een ongezonde leefstijl hebben. ‘We weten uit onderzoek dat kinderen gedurende hun basisschooltijd steeds meer gaan bewegen. Daarna neemt het elk jaar af. Een recente studie1 legt de grens zelfs op negen jaar, ruim voor het einde van de basisschooltijd dus. Die dalende trend is zorgelijk.’ Dit zegt Dave Van Kann. Hij is docent-onderzoeker bij Fontys Sporthogeschool en projectleider van KEIGAAF. ‘Als kinderen steeds jonger minder gaan bewegen, dan krijgen zij op latere leeftijd steeds meer kans op welvaartziektes zoals overgewicht en bewegingsarmoede. Om de dalende lijn te doorbreken moeten we er alles aan doen om het beweeggedrag van basisschoolkinderen te stimuleren.’

Werkgroep is eigenaar

KEIGAAF richt zich niet alleen op stimulerende maatregelen op school. Ook wordt nadrukkelijk de verbinding met de wijk en thuis gezocht. ‘Bij de start van het project hebben we voor elke school de beginsituatie in kaart gebracht’, zegt Van Kann. ‘Wat is het schoolbeleid voor bewegen en gezonde voeding? Hoe ziet het schoolplein eruit? Op welke manier participeren ouders? Maar ook: hoe is de verkeersinfrastructuur rond de school? Zijn er beweegmogelijkheden in de buurt zoals sportvoorzieningen en speelveldjes? Voor iedere school ziet die context er anders uit. De vraag aan elke werkgroep was vervolgens: waar willen jullie aan werken? De werkgroep op school werd dus eigenaar van het project. Dit is volgens ons een belangrijke reden voor het KEIGAAF-succes. Docenten, ouders, jeugdwerk, buurtsportcoach en andere betrokkenen. Samen formuleren ze de plannen en doelen, en samen voeren ze het uit.’

Veel veranderd

Na ruim twee jaar is Dave Van Kann onder de indruk van de daadkracht van de werkgroepen: ‘In die korte tijd is veel veranderd. Op de deelnemende scholen  is significant meer aandacht gekomen voor bewegen en gezondheid. Bijvoorbeeld: op school alleen nog water drinken op bepaalde momenten, geen ongezonde traktaties bij verjaardagen, structureel aanbieden van naschoolse beweegactiviteiten. En er zijn bijzondere dingen gebeurd. Zo heeft een school de ochtendpauze voortaan verlengd, zodat er tijd is om met de kinderen naar een andere beweeglocatie te gaan. Dit is een grasveldje op 300 meter van de school, dat op initiatief van de werkgroep en met inbreng van de kinderen is opgeknapt. De route van en naar het veldje is met stoeptegels aangeduid. Door deze extra beweeglocatie is het op het schoolplein veel minder druk en kunnen alle kinderen, op het plein én op het veldje, actiever zijn.’

Omgaan met weerstand

Ondanks de goede bedoelingen van KEIGAAF zijn er ook weerstanden te overwinnen. Gezonde lunchtrommel? Water drinken in plaats van pakjes? Veel scholen zijn huiverig om gevoelige maatregelen door te voeren. Van Kann: ‘Sommige ouders vinden dit een privézaak waar de school zich niet mee moet bemoeien. Het helpt enorm om eerst bewustwording te creëren. Zo hebben we op een school alle pakjes en blikjes verzameld die in één pauze op de hele school werden gedronken. Een hele grote tafel vol. De dag erna hebben we de pakjes vervangen door een grote berg suikerklontjes, om aan te geven hoeveel suiker in al die pakjes drinken zit. Een schrikbarende hoeveelheid. Deze tijdelijke tentoonstelling was een eye-opener voor ouders: dit geven wij onze kinderen. Vervolgens presenteerden wij met de school het alternatief: water drinken. Op deze manier kun je goed op weerstand anticiperen.’

Overtuigende resultaten

De KEIGAAF-werkgroepen gaan gewoon door. Maar het officiële onderzoek door Fontys Sporthogeschool en Maastricht University is ten einde gekomen. Wat zijn de bevindingen tot nu toe, volgens onderzoeker Van Kann? ‘Ten eerste: normaal gaat de BMI (Body Mass Index) van kinderen elk jaar omhoog. Bij de kinderen op de KEIGAAF-scholen is dit niet gebeurd, terwijl die trend wel in de controleregio ontstond. De KEIGAAF-kinderen laten ook een minder grote stijging zien in het sedentair gedrag (zitten, stilstaan, liggen), en een minder grote daling in matige tot zware fysieke activiteit (beweeggedrag). KEIGAAF-kinderen gaan weliswaar iets achteruit, maar kinderen in de controleregio veel meer. Tot slot zien we dat veruit het beste resultaat wordt gevonden bij scholen die een samenhangende aanpak op het gebied van bewegen hebben gekozen. Dus een breed pakket van beweegactiviteiten tijdens en buiten school. Op die scholen komt de afname van beweeggedrag zelfs helemaal niet voor.’

Succes delen

Volgens Van Kann laat het onderzoek niets aan duidelijkheid te wensen over: ‘KEIGAAF werkt. De aanpak heeft een positieve bijdrage geleverd aan het bewegen en de gewichtsstatus van kinderen. We hebben bovendien laten zien dat je deze gunstige gezondheidseffecten laagdrempelig met relatief lage kosten kunt bereiken. Daarnaast hebben we gezien dat de aanpak ervoor zorgt dat allerlei partijen elkaar beter kunnen vinden. Ook dat is pure winst. De effectstudie van KEIGAAF, geschreven door promovenda Sacha Verjans (Maastricht University), volgt binnenkort in de vorm van een internationale wetenschappelijke publicatie. Daarnaast maken we een videoanimatie over KEIGAAF, zodat scholen en instanties het makkelijk kunnen oppakken. Het grote succes van KEIGAAF verdient het namelijk om uitgebreid te worden gedeeld’, aldus Van Kann.

 

1) Longitudinal changes in moderate‐to‐vigorous‐intensity physical activity in children and adolescents: A systematic review and meta‐analysis. Abdulaziz Farooq, Anne Martin, Xanne Janssen, Mathew G. Wilson, Ann‐Marie Gibson, Adrienne Hughes, John J. Reilly.